Nieuws

CSRD is versoepeld, maar je data-agenda niet

Academy

Op 3 juli 2026 keurde de Europese Commissie twee gedelegeerde handelingen goed: de vereenvoudigde ESRS, de standaarden waarmee bedrijven onder CSRD rapporteren, en een vrijwillige standaard voor bedrijven die onder de waardeketen-cap vallen.

Daarmee krijgt de Omnibus-vereenvoudiging verder vorm. De onderliggende richtlijn (EU) 2026/470 werd op 26 februari 2026 gepubliceerd en is sinds 18 maart 2026 van kracht. België moet ze omzetten tegen 19 maart 2027.

Bron: Europese Commissie, Corporate sustainability reporting, pagina bijgewerkt op 3 juli 2026, geraadpleegd op 18 september 2026.

Voor veel bedrijven valt de verplichting weg

Voor een groot deel van de Belgische midmarket verdwijnt de rechtstreekse rapporteringsplicht. CSRD geldt voortaan enkel voor bedrijven met meer dan 1.000 werknemers en meer dan 450 miljoen euro omzet.

Bedrijven die in de tweede golf zaten, rapporteren pas in 2028 over boekjaar 2027. Bovendien gebeurt dat volgens vereenvoudigde standaarden, met aanzienlijk minder datapunten dan in de oorspronkelijke set.

Dat maakt het verleidelijk om het dossier voorlopig van tafel te halen. Alleen verdwijnt met de rapporteringsplicht niet automatisch de vraag naar de onderliggende data.

Grote klanten, banken en verzekeraars blijven informatie nodig hebben voor hun eigen rapportering, kredietbeoordeling of risicobeheer. De vereenvoudiging verandert dus vooral de vorm waarin die vragen binnenkomen.

De vrijwillige standaard wordt ook relevant zonder rapporteringsplicht

De waardeketen-cap beperkt welke informatie een rapporterend bedrijf mag opvragen bij leveranciers met minder dan 1.000 werknemers. Meer vragen dan wat binnen de vrijwillige standaard valt, mag in principe niet.

Voor leveranciers biedt dat bescherming tegen steeds uitgebreidere vragenlijsten. Tegelijk ontstaat er een vrij duidelijk kader waar grote klanten zich op kunnen baseren.

Voor een toeleverancier in bijvoorbeeld bouw, logistiek of industrie kan dat betekenen dat verschillende klanten ongeveer dezelfde duurzaamheidsinformatie beginnen op te vragen.

Wie die informatie intern niet structureert, riskeert daardoor telkens opnieuw dezelfde oefening te doen: cijfers verzamelen uit verschillende bestanden, systemen en mailboxen en ze handmatig samenbrengen wanneer er een vraag binnenkomt.

Het echte probleem zit vaak in het datalandschap

Duurzaamheidsdata bevindt zich zelden in één systeem.

Energieverbruik zit bij facility, op facturen of bij een energieleverancier. Personeelsgegevens komen uit HR-systemen. Leveranciersinformatie bevindt zich in het ERP, aankoopsoftware of in lokale bestanden.

Daardoor is duurzaamheidsdata minder een afzonderlijk datadomein dan een doorsnede van bestaande bedrijfsinformatie.

Dat wordt vooral zichtbaar zodra gegevens op groepsniveau moeten worden samengebracht. Een organisatie met meerdere entiteiten en verschillende ERP-systemen kan bijvoorbeeld één cijfer moeten rapporteren, terwijl intern verschillende definities worden gebruikt voor dezelfde indicator.

Op dat moment is de uitdaging niet alleen om data te vinden, maar ook om zeker te zijn dat iedereen hetzelfde meet en rapporteert.

De voorbereiding gebeurt vóór de vragen binnenkomen

Voor bedrijven die wel onder CSRD vallen, wordt 2027 een belangrijk meetjaar. De vereenvoudigde ESRS zijn van toepassing vanaf boekjaar 2027 en de Belgische omzetting moet tegen maart van datzelfde jaar gebeuren.

Dat betekent ook dat vragen richting leveranciers in de loop van 2027 kunnen toenemen.

Daar pas beginnen uitzoeken waar de informatie vandaan moet komen, maakt de oefening onnodig zwaar.

Hetzelfde geldt buiten CSRD. Een bank die een financiering herbekijkt, vraagt mogelijk niet naar een volledig duurzaamheidsverslag, maar wel naar concrete cijfers over energieverbruik, uitstoot, personeel of activiteiten per site.

Snel antwoorden lukt alleen wanneer die informatie intern vindbaar, eenduidig en reproduceerbaar is.

Begin niet bij een nieuwe tool

De eerste reflex hoeft daarom niet te zijn om een apart ESG-platform aan te schaffen.

Zinvoller is om eerst te bepalen welke informatie voor jouw organisatie waarschijnlijk relevant wordt. Kijk welke datapunten uit de vrijwillige standaard aansluiten bij je sector, klanten en financiers en breng vervolgens in kaart waar die informatie vandaag zit.

Per datapunt moet duidelijk zijn welk systeem als bron geldt, wie verantwoordelijk is voor de gegevens en welke definitie wordt gebruikt. Zeker in organisaties met meerdere entiteiten is die afstemming belangrijk.

Daarna kan je de verzameling zoveel mogelijk laten aansluiten op bestaande rapporteringsprocessen. Zo wordt duurzaamheidsdata geen aparte jaarlijkse oefening die pas start wanneer een klant een Excel-bestand doorstuurt.

Dat vraagt samenwerking tussen finance, IT, data en de mensen die inhoudelijk met duurzaamheid bezig zijn. Tegelijk hoeft de aanpak niet groter te worden gemaakt dan nodig. De vrijwillige standaard geeft net een afgebakend kader waarbinnen bedrijven hun informatie kunnen organiseren.

CSRD wordt lichter, databeheer niet

De versoepeling van CSRD haalt voor veel organisaties de rechtstreekse rapporteringsdruk weg. De behoefte aan betrouwbare duurzaamheidsdata blijft wel bestaan.

Wie in 2027 snel en geloofwaardig wil antwoorden op vragen van klanten, banken of andere partners, doet er daarom goed aan om in 2026 al te weten waar die cijfers vandaan komen en hoe ze worden opgebouwd.

Wil je weten hoe klaar jouw datalandschap is voor de vragen die eraan komen? Spar met ideeds over wat dit concreet betekent voor jouw organisatie.

Ook interessant